Hier ziet u hoe de pagina er ongeveer uit komt te zien als u die afdrukt.


normale weergave

print deze pagina


Zachtmoedigen erven de aarde

Zachtmoedigen erven de aarde

Schriftstudie bij Mattheüs 5:5


De zaligspreking dat de zachtmoedigen de aarde zullen erven komen we tegen in de Bergrede. Volgens Mattheüs ontliep Jezus de luisteraars die naar Hem toe waren gekomen. Jezus ging de berg op en begon zijn leerlingen te onderwijzen. Volgens Lukas ging Jezus naar de berg om daar eerst te bidden. Daar bleef Hij de hele nacht in gebed tot God. Toen het dag geworden was, riep Hij zijn leerlingen bij zich en koos er twaalf van hen uit. En toen Hij met hen afgedaald was, bleef Hij staan op een vlakke plaats en begon te onderwijzen.


Ondanks dit verschil is duidelijk dat beide versies herinneren aan de wetgeving op de berg Sinaï. Mozes daalde af van de berg Sinaï en begon vervolgens aan de voet van de berg het volk te onder­richten. Mattheüs verwijst hiernaar door een letterlijke aanhaling van Exodus 19:3, waar staat dat Mozes de berg opgaat. Zo gaat ook Jezus de berg op, zegt Mattheüs 5:1. De Griekse tekst van Mattheüs is een letterlijke aanhaling van de woorden over Mozes uit de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta.

De nieuwe Mozes

Op deze manier wordt Jezus dus getekend als Degene die in de voetstappen van Mozes treedt — een nieuwe Mozes. Zo laat Mattheüs in feite zien dat de woorden van de Bergrede te beluisteren zijn als de nieuwe verbondswoorden van God. Dat is de parallellie: Jezus is de nieuwe Mozes, zijn woorden vormen de nieuwe Thora.
Toch zijn er ook verschillen:

De nieuwe verkiezing

Dan begint Jezus te spreken. De inzet wordt gevormd door de zaligsprekingen. Wie worden hier zalig gesproken? Wie horen er bij het komende rijk van God?

Ook hier is er een grote overeenkomst met de verkiezing van God in het Oude Testament. Waarom koos God zijn volk Israël? Niet omdat u talrijker of sterker was, maar omdat de HEERE u liefhad, zegt Mozes tegen het volk in Deuteronomium 7:7,8.

Jezus laat precies hetzelfde zien. Niet vanwege een kwalificatie van mensen, omdat ze sterk zijn, of zo goed kunnen geloven. Nee, Jezus spreekt hén zalig die arm van geest en zachtmoedig zijn. Zij mogen zich burgers van het rijk van God noemen. Zij worden zalig (makarios) genoemd. Zij worden gelukkig geprezen, nog voordat ze iets gepresteerd hebben. Ook daarin ligt een parallel met de verbondssluiting op de Sinaï.

Het land beërven

Vervolgens lezen we in vers 5: Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Deze zaligspreking dient gelezen te worden tegen de achtergrond van Psalm 37:11, waar we lezen dat de zachtmoedigen de aarde zullen beërven. Met de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord zachtmoedig wordt de mens aangeduid die zich tegenover God als knecht voelt en zich stil en zonder protest aan Hem ondergeschikt maakt. Degenen die dat kunnen opbrengen en kunnen wachten, zullen (volgens Psalm 37:9-11) het land beërven.

De oudtestamentische zachtmoedigheid is gebaseerd op de uiteindelijke hoop dat God recht zal spreken en de zachtmoedigen op aarde zal verlossen. Zachtmoedigheid is in de kern een zaak van geloof. Van overgave aan de Here God. Ook daarin is er een duidelijke verbinding tussen Mozes als middelaar van het Oude Testament en de Middelaar van het Nieuwe Testament. Jezus zegt: leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel (Mattheus 11:29). Dat is de weg die Jezus wijst.

Langs die weg zul je de aarde beërven, zegt Hij. Het woord dat Jezus voor aarde gebruikt kun je vertalen met land, bodem, of grond.

Het concept land, aarde komt telkens terug in de Bijbel. Het heeft soms een heel algemene betekenis, maar het kan ook gebruikt worden voor een specifiek land. Het begint in Genesis 1:1 waar we lezen dat God de aarde heeft geschapen. De mens had de opdracht gekregen om de aarde te bewerken en te bewaren. Vervolgens gebruikt Genesis 12:6-7 hetzelfde woord voor de belofte van God aan Abraham dat Hij hem dit land aan zijn nageslacht zal geven. Later beloofde God aan David Ik heb aan Mijn volk, aan Israël, een plaats toegewezen en het daar geplant, zodat het in zijn eigen gebied woont en niet meer heen en weer gedreven wordt (2 Samuel 7:10).

Ook in tijden van oordeel, straf en ballingschap blijft de boodschap van de terugkeer naar het land een boodschap van de profeten. Nadat de Here gesproken heeft over de verbanning van Israël onder de volken, verklaart Hij: Ik zal hen terugbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb (Jeremia 16:15).

Voor Israël en de volkeren

Wanneer Jezus in Mattheüs 5:5 belooft dat de zachtmoedigen de aarde zullen beërven, sluit dit aan bij deze boodschap van de profeten. Tegelijk zet Hij deze belofte in de context van het koninkrijk van God, dat nabij is.

In feite krijgt deze belofte zo twee dimensies. Enerzijds gaat het om de belofte aan Israël, dat op deze manier inderdaad mag wonen in het door God beloofde land. En anderzijds gaat het ook om de volkeren, die mogen delen in de zegeningen van het verbond. Zo krijgt de belofte van land in Christus een verdieping: het ware erfdeel is deelhebben aan Gods koninkrijk en de vernieuwde aarde. Gelovigen uit de volken mogen daarin delen, samen met de heiligen, d.w.z. het oude volk van God. Ze worden mede-erfgenaam (Efeziërs 3:6). De vervulling van de bijzondere belofte aan Israël zal leiden tot een zegen voor de hele wereld.

Dit perspectief bewaart voor twee uitersten. Het gaat in Mattheüs 5:5 niet alleen over het concrete land voor Israël. Maar het gaat ook niet alleen over het uitzicht dat de gelovigen uit de volkeren uiteindelijk de gehele aarde zullen beërven. Beide dimensies worden hier aan elkaar vastgemaakt. God is trouw aan wat Hij Israël beloofde, en tegelijk wordt deze belofte verbreed. Zo blijkt dat Gods trouw aan Israël voor alle volkeren tot zegen is.


Gespreksvraag

Sommige mensen zien de huidige terugkeer van het Joodse volk naar het land als een teken van Gods blijvende trouw en als onderdeel van Zijn heilsplan. Anderen benadrukken dat de diepste vervulling van de landbelofte geestelijk is — niet in territoriale grenzen, maar in het komen van Gods Koninkrijk door de Messias. Hoe kijkt u daar tegenaan?

(ds. A.C. van der Wekken is chr. geref. predikant
en voorzitter van deputaten Kerk en Israël)

A.C. van der Wekken
Verbonden jrg. 70 nr. 1 (2026-01)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden
A R T I K E L
N U M M E R