pijl omhoog
jaar maand maand jaar


tammoez / av 5779

Z

M

D

W

D

V

Z

sjabbat

1

29

tammoez

 

donderdag

2

1

av

 

vrijdag

3

2

av

 

zaterdag

מטות
Num. 30:2-32:42
Jeremia 1:1-2:3
מסעי
Num. 33:1-36:13
Jeremia 2:4-28, 3:4
matót * mas’ée

4

3

av

 

zondag

5

4

av

 

maandag

6

5

av

 

dinsdag

7

6

av

 

woensdag

8

7

av

 

donderdag

9

8

av

 

vrijdag

10

9

av

 

zaterdag

דברים
Deut. 1:1-3:22
Jesaja 1:1-27
devariem

11

10

av

tisja be’av

 

zondag

12

11

av

 

maandag

13

12

av

 

dinsdag

14

13

av

 

woensdag

15

14

av

 

donderdag

16

15

av

 

vrijdag

17

16

av

 

zaterdag

ואתחנן
Deut. 3:23-7:11
Jesaja 40:1-26
wa’etchanán

18

17

av

 

zondag

19

18

av

 

maandag

20

19

av

 

dinsdag

21

20

av

 

woensdag

22

21

av

 

donderdag

23

22

av

 

vrijdag

24

23

av

 

zaterdag

עקב
Deut. 7:12-11:25
Jesaja 49:14-51:3
ékev

25

24

av

 

zondag

26

25

av

 

maandag

27

26

av

 

dinsdag

28

27

av

 

woensdag

29

28

av

 

donderdag

30

29

av

 

vrijdag

31

30

av

 

zaterdag

ראח
Deut. 11:26-16:17
Jesaja 54:11-55:5
re’ée

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel Hebreeuwse tekens: dat is de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de naam in onze letters, en de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.
  • Bij de zondagen zie je links een balk met de liturgische kleur.