Begin van een nieuw tijdperk
In 1965 gaf de Rooms-Katholieke Kerk het document Nostra Aetate uit. Dit document heeft een grote invloed gehad op de relatie tussen Joden en christenen. Sterker nog: zonder dit document zou het werk van het Centrum voor Israëlstudies er heel anders hebben uitgezien. Eind vorig jaar stonden we tijdens een bijeenkomst stil bij het 60-jarig jubileum van dit document. In deze bijdrage meer over de context, de inhoud en de impact van dit document.
Een van de personen die vertelde over Nostra Aetate was vader Piotr Zelazko. Hij geeft leiding aan de Hebreeuwstalige gemeenschap van Rooms-Katholieken in Israël. Hij vertelde dat dit document oorspronkelijk bedoeld was als een intern Rooms-Katholiek document, maar dat het uiteindelijk een veel bredere impact kreeg. De houding veranderde van veroordeling van het Joodse volk naar het zoeken van dialoog. Of, om het met de woorden van Nostra Aetate zelf te zeggen:
Omdat dus Christenen en Joden zo’n groot gemeenschappelijk geestelijk erfgoed hebben, wil deze heilige Synode hen aanmoedigen en op het hart drukken, elkaar beter te leren kennen en meer te leren waarderen, vooral door middel van Bijbelse en theologische studies en door een broederlijke dialoog.
Dramatische verandering
Rabbi David Rosen vertelde in zijn bijdrage een korte anekdote over Theodor Herzl, de vader van het moderne Zionisme. Herzl kwam in 1904 op audiëntie bij paus Pius X. Herzl was op zoek naar steun voor zijn ideaal om een Joodse staat op te richten in het toenmalige Palestina. Toen de paus hoorde over zijn plannen zei hij: De Joden hebben onze Heer niet erkend, daarom kunnen wij het Joodse volk niet erkennen.
Ruim 60 jaar later zegt Nostra Aetate: Toch blijven de Joden, volgens de Apostel, aan God, die geen berouw kent over zijn genadegaven noch over zijn roeping, zeer dierbaar omwille van de Aartsvaders (Rom. 11:28-29).
Om het met de woorden van rabbi Rosen te zeggen: Dit was een dramatische verandering: van een vervloekt volk werd het Joodse volk een zeer geliefde oudere broeder.
Panel
Nostra Aetate had niet alleen invloed op joods-christelijke relaties, want het spreekt ook over de houding van de kerk ten opzichte van de moslims. Tijdens de bijeenkomst nam de Palestijnse professor en vredesactivist Mohammed Dajani deel aan één van de panels. In 2014 nam hij een groep van 27 studenten mee naar Auschwitz. Dit kwam hem op veel kritiek te staan. Later werd zelfs zijn auto in brand gestoken. Tijdens het panel zei hij: Het verleden en het heden behoren toe aan hen die oorlog maken, maar de toekomst behoort toe aan ons, de vredestichters en vredebouwers.
Een uitspraak om in te lijsten!
Ds. Maas Boertien
In de periode dat Nostra Aetate geschreven werd en verscheen, was ds. Maas Boertien (1923-2005) in Israël. Hij was in 1960 de eerste christelijk-gereformeerde predikant die naar Israël werd uitgezonden . Hij kwam daar om als fulltime secretaris van de United Council of Churches in Israel (UCCI) te werken. Dit was een organisatie die met elkaar de belangen van verschillende protestantse kerken in Israël behartigde.
Op dit moment zijn we (onder andere ondergetekende en Lianne, mijn vrouw) bezig met het digitaliseren en onderzoeken van dit archief. Interessant is dat we in de archieven van de UCCI uit 1963 lezen dat zij gevraagd werden wat ze vonden van één van de meest centrale punten uit Nostra Aetate, namelijk om het stigma van de Joden te verwijderen dat zij Jezus gekruisigd zouden hebben. Er werd op dat moment verder niets mee gedaan, omdat het onderwerp nog steeds in bespreking was in de Rooms-Katholieke Kerk. (Ds. Boertien was tijdens die vergadering afwezig vanwege de afronding van zijn proefschrift in Nederland.)
Van wantrouwen naar vertrouwen
In Vrede over Israël, de voorloper van Verbonden, heeft - toen inmiddels - prof. Boertien in 1986 een terugblik gegeven op het werk in Israël (jaargang 30, nummer 6). Daarin schrijft hij hoe moeilijk het was om ontmoetingen te organiseren voor christenen en joden. Dit kwam door het wantrouwen tussen christenen onderling, maar ook door het wantrouwen van joodse zijde. Hij schrijft: Op grond van vroegere ervaringen konden Joden zich niet voorstellen, dat men in contacten met hen geïnteresseerd zou zijn zonder verborgen nevenbedoelingen en zonder gebruikmaking van agressieve zendingstactieken of dergelijke.
Tijdens de bijeenkomst rond het 60-jarig jubileum van Nostra Aetate mocht ik het laatste onderdeel van de dag introduceren. Ik vertelde iets over de studiegroepen van joden en christenen die samen het Nieuwe Testament bestuderen en waarvan ik de coördinator ben.
En wat is er mooier dan om dat ook in de praktijk te brengen? Zo gingen op deze bijeenkomst joden en christenen met elkaar in gesprek over Handelingen 4:1-12 en een deel uit Nostra Aetate. Het laat zien hoe er echt iets is veranderd in de afgelopen 60 jaar. Er is tegenwoordig gelukkig wederzijds vertrouwen. Tegelijkertijd is ons werk nog lang niet af. Het wederzijds luisteren en het beter leren kennen van elkaar is iets dat - wat ons betreft - nog veel meer in de praktijk gebracht mag worden, zowel in Nederland als in Israël.
(G.T.S. de Korte is Israëlconsulent namens het CIS te Jeruzalem)
G.T.S. de Korte
Verbonden jrg. 70 nr. 1 (2026-01)
www.kerkenisrael.nl/verbonden