pijl omhoog

‘De levende God zij eeuwige eer’


Hoe komt het dat de tekst en muziek van een Joods gebed (yigdal) een ontwikkeling doormaken in de richting van een Engels kerklied (vooral bekend onder de naam Leoni)? Bij het zoeken naar een antwoord op die vraag komen we een Joodse bron op het spoor. Het spoor volgt een treffende melodie en leidt tot een verrassend maar ook vervreemdend resultaat.


Yigdal (verhoogd, verheven) is het eerste woord dat bij het begin van de morgen en aan het einde van de avond wordt uitgesproken. Het maakt deel uit van de dertien geloofs­uitspraken, die worden toegeschreven aan Mozes ben Maimon (Maimonides). Een korte versie daarvan is mogelijk vervaardigd door Daniël ben Jehuda (14e eeuw). Die versie wordt gebruikt voor de liedvorm. De inhoud is samengevat als volgt:


  • God bestaat
  • God is één
  • God is niet fysiek
  • God is eeuwig
  • God is enig
  • De woorden van de Joodse profeten zijn waar
  • Mozes is de voornaamste profeet
  • De Thora is de primaire tekst van het Jodendom
  • Er zal nooit een nieuwe Thora komen
  • God is alwetend
  • God beloont degenen die de geboden naleven en straft hen die ze overtreden
  • De Messias zal komen
  • Ooit zullen de doden herrijzen

Leoni

De melodieën van Engelse kerkliederen hebben ieder een eigen naam. Zo ook het lied dat we bespreken. Die namen zijn vaak ontleend aan plaatsen, soms aan personen. In dit geval gaat het om een voorzanger, een chazan, die zijn functie heeft uitgeoefend in de (voormalige) Grote Synagoge van Londen. Zijn naam is Meyer Lion (1751-1797), maar hij had ook een tweede werkkring, als operazanger in Covent Garden. Daar stond hij bekend als Meyer Leoni.

Thomas Olivers

De verbinding tussen Yigdal en Leoni wordt gevormd door Thomas Olivers (1725-1799). Hij was al jong wees geworden, genoot weinig onderwijs en leidde aanvankelijk een losbandig leven. Tijdens een preek van Whitefield kwam hij tot inkeer en werd één van Wesleys rondreizende predikers. Tijdens een verblijf in Londen hoorde hij Leoni een lied zingen in een avondgebed. Dat maakte grote indruk op hem, en hij bleek zo'n muzikaal gehoor te hebben, dat hij de melodie thuis opschreef en enigszins bewerkte tot wat hij 'Leoni' ging noemen.

Olivers maakte daarop zelf de tekst van een uitvoerig lied. Die tekst bevatte aanvankelijk 13 strofen. Op den duur is door liedboekredacties het aantal teruggebracht tot 10, later tot 8 en zelfs tot 5. Olivers geeft zelf aan dat hij aan de tekst een christelijk karakter heeft willen geven. Enerzijds volgt hij inderdaad de thema's van de Yigdal: de lofprijzing van de eeuwige en ene God, zoals dat blijkt uit schepping en bevrijding, en ook uit de aanwijzing van Mozes en de verkondiging van de profeten. Anderzijds is het eigene dat hij ook zingt over de drie-eenheid van Israëls God en over Jezus als de beloofde Heiland die in Sion gekomen is. De Engelse tekst is te vinden in onder andere het New English Hymnal (lied 148).

Vertaling

Er bestaat ook een Nederlandse vertaling. De auteur daarvan is Koenraad Ouwens, oud-katholiek priester. Het is te vinden in het Oud-Katholiek Gezangboek (nr. 766) en later overgenomen in de Evangelische Liedbundel als: 'De levende God zij eeuwige eer'. Deze nogal vrije vertaling staat dichter bij de tekst van het Yigdal en mist de verwijzing naar de Drie-eenheid. De melodie is wel overgenomen, maar de tekstplaatsing gewijzigd. In elk geval is het een lied dat vol zit met bijbelse teksten. Als zodanig is het een mooi voorbeeld voor een joods-christelijke ontmoeting.


De levende God
zij eeuwige eer,
van hemel en aarde
is Hij alleen Heer.
Hem binden geen vorm,
geen ruimte of tijd,
onzegbaar, onmeetbaar
is zijn heerlijkheid.

Aan ’t eind van de tijd,
zo heeft Hij voorzegd,
dan komt de Messias
en vestigt Gods recht.
Hij loont al het goed,
verbant al het kwaad,
dan ziet heel de schepping
Gods lichtend gelaat,

dat opgaat voor elk
die trouw op Hem wacht
die Israël lichtend
geleidt door de nacht,
die nog in de dood
het leven hergeeft,
zijn Naam zij gezegend
die zelf eeuwig leeft.

Evangelische Liedbundel 193: 1, 6, 7

ds. Hans Ruiter
Verbonden jrg. 63 nr. 1 (jan. 2019)
www.kerkenisrael.nl/verbonden/verbonden63-1g.php

verbonden/verbonden63-1g.php