Met twee woorden spreken
We moeten met twee woorden spreken over Israël: ze zijn geliefden om der vaderen wil
maar ook vijanden vanuit het evangelie
(Rom. 11:28 - maar bij Paulus in omgekeerde volgorde!). Dat stelt Huib Wilschut in zijn boek over Israël in Rom. 1-4 en 9-11 Zijn exegese bevat veel waardevols, maar zijn interpretatie van heel Israël
in Rom. 11:26 overtuigt mij niet. Bovendien wordt in dit boek inderdaad alleen over
Israël gesproken: Joodse bronnen of gesprekspartners komen nauwelijks aan bod.
Het boek bestaat uit drie delen: eerst een exegese van Romeinen 1-4, waaruit duidelijk wordt dat er tussen Jood en heiden een verschil in heilshistorische volgorde zit, maar geen verschil in het aangewezen zijn op Gods genade in Christus voor behoud. In het nieuwe verbond delen niet-Joden in het verbond van God met Abraham.
Het tweede deel is een intermezzo
waarin Wilschut in discussie met Willem Ouweneel (eenzijdig letterlijk
) en Mart-Jan Paul (gematigd letterlijk
) zijn visie geeft op de verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament, op belofte en vervulling. De beloften uit het Oude Testament werden gegeven in concrete beelden om een appel te doen op de hoorders toen; vervolgens werden ze steeds in nieuwe contexten geüpdatet
, ook in het Nieuwe Testament. Je kunt daarom niet achter het Nieuwe Testament teruggrijpen op de letterlijke betekenis van de beloften.
Landbelofte
Over de landbelofte schrijft Wilschut in zijn intermezzo (op basis van heel het Nieuwe Testament, niet vanuit Romeinen): Pinksteren was Gods verhuisdag
(147) van de tempel naar de christelijke gemeente; het land Israël is niet langer het verbondserf
(149), maar Wilschut erkent wel Gods voorzienigheid in het geven van een eigen land aan de Joden in 1948.
Het intermezzo heeft één uitleg van Romeinen 9-11, de mogelijkheid van een toekomstig messiaans heilsrijk voor Israël alleen
op voorhand uitgesloten (p. 132).
In de uitleg van Romeinen 9-11, deel drie van het boek, zit veel moois: Wilschut ziet hier de diepe verbondenheid van Paulus met zijn volksgenoten en Gods trouw aan een rest die de toekomst van een compleet Israël
in zich bergt (p. 257).
Paulus’ hoop
Toch verwacht Wilschut geen collectieve bekering van Israël. Zolang de volheid der heidenen nog niet ingegaan is, kunnen individuele Joden tot bekering komen uit jaloezie op de heidenen. Daarna volgt het laatste oordeel. Dan wordt heel Israël
gered: het geheel van alle gelovige Joden uit de oude en nieuwe bedeling. Dat zal dan als een compleet volk aanwezig zijn op de nieuwe aarde. Volgens mij doet Wilschut hier Paulus’ hoop tekort: de huidige toestand van een gelovige rest is voor Paulus niet het eindpunt, hij verwacht een herstel voor heel Israël
- dat moet dan toch meer zijn dan alleen de oudtestamentische gelovigen + de huidige rest.
Daarmee spreekt Wilschut niet alleen met twee woorden
, maar hinkt hij ook op twee gedachten. Enerzijds erkent hij dat het Israël blijvend tot eer strekt dat de Messias uit haar voortkwam (p. 343). Anderzijds spreekt hij over Gods Israël-project
(p. 85) als een tijdelijke versmalling van Gods plan met de wereld. Over Israël als Gods project spreken, is taal van heidenchristelijke theologie, die de Bijbel vreemd is. Meer met
in plaats van over
Israël spreken zou hier geholpen hebben.
Indringende woorden
Toch ook waardering. Op twee gedachten hinken is misschien niet zo verkeerd in onze gepolariseerde tijd. In het pro-Israël-kamp
worden Paulus’ indringende woorden over de takken die van de olijfboom afgerukt zijn gemakkelijk gebagatelliseerd. Wilschuts pleidooi om met twee woorden te blijven spreken, verdient een serieus gesprek.
N.a.v. Huib Wilschut, Met twee woorden spreken. Over Israël in de brief aan de Romeinen, uitg. Eburon, Utrecht 2025, 361 blz., € 29,95.
A.J. den Heijer
Verbonden jrg. 70 nr. 1 (2026-01)
www.kerkenisrael.nl/verbonden