Canon van Joods Nederland


Voor wie met behulp van een tijdlijn een overzicht wil krijgen van 700 jaar Joods Nederland is een prachtige Canon verschenen. Aan de hand van honderd vensters wordt daarvan een representatief beeld gegeven.


Al in de Middeleeuwen houden de Joden zich op in de Zuidelijke Nederlanden. De Jodenstraat met een synagoge en een joodse school in Maastricht uit 1295 is daarvan het bewijs. De pestepidemie van 1348 maakte tijdelijk een eind aan hun aanwezigheid. Joden zouden als vijanden van de kerk de uitbraak veroorzaakt hebben. Naast gastvrijheid speelt ook een vorm van antisemitisme direct al een rol.


In de zeventiende eeuw vestigen zich veel Joden in de Lage Landen. De ‘Nieuw Christenen’, Sefardische Joden die onder dwang christen geworden waren, worden uit Spanje en Portugal verdreven. Hier keren ze terug tot het geloof van hun voor­ouders en richten een gemeente op. Uit Oost-Europa komen Hoogduitse en Poolse Asjkenazische Joden over. Men is hier tolerant. De Joden hoeven niet in een getto te wonen. Joden en christenen gaan vriendschappelijk met elkaar om. Tegelijkertijd roept Hugo de Groot op verzoek van de Staten van Holland drie vraagstellingen op:

  1. Is het gewenst dat Joden zich hier vestigen?
  2. Mogen zij hun religieuze tradities beoefenen?
  3. Veroorzaakt hun aanwezigheid schade aan christendom en staat?

Uitsluiting

De achttiende eeuw laat een verdere stabilisering en expansie van Joods leven zien. De welvaart en het welzijn onder veel Joden neemt toe, zoals onder andere blijkt uit hun buitenverblijven aan Amstel en Vecht. In sommige plaatsen beperkt men de toelating van Joden uit angst dat de economie van niet-joodse inwoners geschaad zal worden. Joden worden dikwijls van gilden, zoals het diamantgilde, uitgesloten. Zo ontstaat er ook onder Joden armoede.

Joden spreken vooral Jiddisch. Het Hebreeuws wordt alleen gebruikt voor gebed en religieuze teksten. Ze zijn intern sociaal bewogen. Het opnemen van wees­kinderen in huis wordt als een gebod, een mitswa, gezien.

Integratie

In 1796 wordt aan Joden het burgerrecht geschonken met de woorden: Geen Jood zal worden uitgesloten van enige rechten of voordelen.

De negentiende eeuw is de eeuw van integratie. De Nederlandse nationaliteit wordt omhelsd, de liefde voor het Oranjehuis is groot. De Joodse gemeenschap moet zich door de emancipatie heroriënteren. Het ‘Israëlitisch Kerkgenootschap’ met een gematigd orthodoxe inslag ontstaat.

Om de integratie te bevorderen dwingt de overheid in 1835 met harde hand de overschakeling van Jiddisch op Nederlands af.

Door de scheiding van kerk en staat wordt de Joodse gemeenschap voor de keuze gesteld om hun kinderen of naar een eigen- of naar een openbare school te sturen. De vlucht voor pogroms in het Russische Rijk brengt veel Oost-Joden naar Nederland. Zij hebben veel moeite om hier te integreren.

Deportatie

De twintigste eeuw is de eeuw van extremen. Veel Joden kiezen ervoor om buiten bestaande instituties hun identiteit te beleven. Joden zijn bij muziek, dans, sport, literatuur, politiek en de universitaire wereld betrokken. Naast de orthodoxe komen er ook liberale synagogen.

Tevens zien we hoe in de oorlogsjaren Joden weggevoerd en gedood worden. Wie kan kamp Westerbork vergeten, voor velen het voorportaal van de dood, en Anne Frank die op een onderduikadres haar dagboek schrijft? Voor hen die terug­keren wordt het herstel van het begane onrecht doorgaans formalistisch en bureaucratisch uitgevoerd.


N.a.v. Tirtsah Levie Bernfeld en Bart Wallet, Canon van 700 jaar Joods Nederland, uitg. Walburg Pers, Zutphen 2023, 224 blz., € 24,99.

drs. Kees van den Boogert
Verbonden jrg. 68 nr. 1 (jan 2024)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden
x