Verwoesting en verlossing
van Jeruzalem

Schriftstudie n.a.v. Lucas 21:21-24, 28

Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want het land zal in diepe ellende verkeren, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. De inwoners zullen omkomen door het zwaard of overal heen in gevangenschap worden weggevoerd, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot hun tijd voorbij is. [...]
Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’ (Lucas 21:20-24, 28 NBV21)


Jezus spreekt de hierboven staande woorden in de tempel, waar Hij het volk onderricht geeft (Lucas 20:1). Hij voorziet de verwoesting van de stad, maar kijkt ook daaraan voorbij naar ‘jullie verlossing’: de bevrijding van Jeruzalem.


Zoals eens Jeremia de opdracht kreeg om in de poort van de tempel de verwoesting van het land en de ballingschap van zijn bewoners aan te kondigen (Jeremia 7), zo doet Jezus dat hier, nadat Hij eerder al de handelaars uit de tempel had weggejaagd met een citaat uit Jeremia 7: ‘jullie hebben er een rovershol van gemaakt’ (Lucas 19:46). Het oordeel concentreert zich op de stad Jeruzalem: terwijl Jeremia zei dat ‘heel het land tot verwoesting (erēmōsis) zal worden’ (Jeremia 7:34, letterlijke weergave van de Griekse Septuagintavertaling), voorziet Jezus de ‘verwoesting (erēmōsis) van de stad’.

Wanneer die tijd aanbreekt, kun je volgens Jezus beter wegtrekken uit Jeruzalem, de stad niet binnengaan wanneer je nog op het land bent. Maar in het oordeel over de stad wordt heel het land meegezogen: ‘het land zal in diepe ellende verkeren.’ De geschiedenis herhaalt zich, er komt een tweede balling­schap.

Afwijzing

Als reden voor dit oordeel noemde Jezus eerder in het evangelie van Lucas het niet herkennen van de tijd van Gods ontferming (Lucas 19:44). Wanneer je Lucas en Handelingen als één doorgaande vertelling leest, valt op hoe Jeruzalem steeds vijandiger wordt richting het evangelie. In Lucas 19 is het de tempelelite die Jezus wil doden, terwijl het volk aan zijn lippen hangt (zie ook 21:38). Wanneer Hij voor Pilatus staat, roept het volk mee: ‘Weg met Hem’ (Lucas 23:13-18), maar niettemin is er ook een grote volksmenigte die weeklaagt als Jezus naar Golgota wordt geleid (23:27).

Ook in Handelingen is het eerst vooral de elite van Sadduceeën en hoge­priesters die zich keert tegen de apostelen (Handelingen 5:17). Maar wanneer Paulus met Pinksteren in Jeruzalem is om daar offers te brengen en Joden uit Asia een kwaad gerucht over hem verspreiden, probeert het volk hem te lynchen; de menigte roept opnieuw ‘Weg met hem’ (21:36). Als de soldaten hem uit het gewoel hebben gehaald en hij vanaf de trappen van de Antoniaburcht, op de hoek van het tempelplein, de menigte nog eenmaal toespreekt, vertelt Paulus dat hij na zijn terugkeer uit Damascus in de tempel Jezus had gezien, die had gezegd: ‘Haast je en vertrek meteen uit Jeruzalem, want ze zullen van jou geen getuigenis over Mij aanvaarden’ (Handelingen 22:18).

Voorbij het oordeel

Maar Jezus spreekt niet alleen woorden van oordeel. Hij spreekt ook over ‘jullie verlossing’. Die woorden spreekt Hij niet tot heidenchristenen in Rome of Korinthe, maar tot het Joodse volk dat in de tempel naar zijn onderricht luistert. ‘Verlossing’ (apolutrōsis) herinnert aan Lucas 2:38, waar staat dat Hanna sprak over Jezus met ‘allen die uitzagen naar de bevrijding (lutrōsis) van Jeruzalem’. Voorbij het oordeel, na de tijd van de heidenen, is er herstel. Niet alleen de straf (letterlijk: ‘dagen van vergelding’) is een vervulling van ‘alles wat geschreven staat’, ook de ‘tijd van herstel van alle dingen’ is door de heilige profeten voorzegd (Handelingen 3:21).

Plaats van herstel

De spannende vraag voor christenen vandaag is of de stichting van de staat Israël, 75 jaar geleden, al een vervulling is van dat beloofde herstel. De woorden van Jezus geven daar op het eerste gezicht weinig aanleiding toe. Hij geeft duidelijk aan welke tekenen de verlossing aankondigen: tekenen aan zon, maan en sterren, het wankelen van de hemelse machten, de verschijning van de Mensenzoon op een wolk. Jezus’ tweede komst naar Jeruzalem zal het herstel van alle dingen inluiden, stelt ook Handelingen 3:21. Dan keren de ballingen terug uit alle windstreken, om met Abraham, Isaak en Jakob aan te liggen in het koninkrijk van God (Lucas 13:29).

Dat betekent niettemin wel dat het ‘land’ ook in de christelijke theologie van belang blijft. Op zijn minst in Lucas en Handelingen blijft het concrete land — Jeruzalem, Juda, de bergen eromheen — de plaats waar God niet alleen oordeelt, maar ook herstel brengt. Het is een door en door Joodse toekomstverwachting die we in Lucas en Handelingen aantreffen.

En binnen die toekomstverwachting past ook dat mensen het herstel kunnen bespoedigen door tot inkeer te komen (Handelingen 3:19), gerechtigheid te betrachten en Jezus te erkennen als messias — dat laatste hoort er voor Lucas onlosmakelijk bij.

Werkelijke bevrijding

Het uitbreken van een nieuwe oorlog, vijftig jaar na de Jom Kippoer-oorlog, laat zien dat werkelijk herstel van vrijheid en recht nog uitstaat. Onbeschrijflijk is het leed van vele Israëlische families. Hoe verwoestend een Israëlisch vergeldings­offensief zal zijn in de Gazastrook, is op het moment dat ik dit schrijf (9 oktober) nog niet te overzien. Deze doorgaande cyclus van geweld is bepaald niet over­eenkomstig de lijn van Lucas. Als we de trouw van God ergens kunnen aanwijzen, is het in de Joodse organisaties en individuen die zich in Israël blijven inzetten voor vrede, recht en medemenselijkheid..

Met hen zien we uit naar de werkelijke bevrijding van Israël, in de stille hoop dat steeds meer Joden ontdekken dat Jezus een profeet was zoals Mozes en Jeremia, en meer dan dat.


Gespreksvragen

  1. Ook de lofzang van Zacharias (Lucas 1:67-79) spreekt uitgebreid over de redding die de profeten beloofd hadden. Welke aspecten van redding kom je daar tegen? In hoeverre is dit met Jezus’ komst al vervuld?
  2. Pak Jeremia 7 er nog eens bij en kijk welke overeenkomsten en verschillen je ziet met de prediking van Jezus (naast wat ik hierboven al genoemd heb).
  3. Jezus verwachtte dat zijn generatie niet verdwenen zou zijn wanneer alles wat Hij aankondigde zou gebeuren (Lucas 21:32). Stad en tempel zijn inderdaad in 70 n.Chr. verwoest, maar de ‘tijden van de heidenen’ duren maar voort. Hoe ga je om met dat gegeven?

Dr. A.J. den Heijer is universitair docent Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Utrecht en deputaat Kerk en Israël)

dr. Arco den Heijer
Verbonden jrg. 67 nr. 4 (nov 2023)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden
x