jaar maand maand jaar


sjevat / adar 5786

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
14
sjevat

zondag
2
15
sjevat

 

maandag
3
16
sjevat

 

dinsdag
4
17
sjevat

 

woensdag
5
18
sjevat

 

donderdag
6
19
sjevat

 

vrijdag
7
20
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
8
21
sjevat

zondag
9
22
sjevat

 

maandag
10
23
sjevat

 

dinsdag
11
24
sjevat

 

woensdag
12
25
sjevat

 

donderdag
13
26
sjevat

 

vrijdag
14
27
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
15
28
sjevat

zondag
16
29
sjevat

 

maandag
17
30
sjevat

 

dinsdag
18
1
adar

Aswoensdag

woensdag
19
2
adar

 

donderdag
20
3
adar

 

vrijdag
21
4
adar

 

zaterdag
תרומה
Ex. 25:1-27:19
1Kon. 5:26-6:13
teroemá
22
5
adar

zondag
23
6
adar

 

maandag
24
7
adar

 

dinsdag
25
8
adar

 

woensdag
26
9
adar

 

donderdag
27
10
adar

 

vrijdag
28
11
adar

 

zaterdag
תצוה
Ex. 27:20-30:10
Ezech. 43:10-27
tetsavè

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.