jaar maand maand jaar


tevet / sjevat 5782

Z
M
D
W
D
V
Z
met telkens de
parasja van de week
sjabbat
1
28
tevet

 

zaterdag
וארא
Ex. 6:2-9:35
Ezech. 28:25-29:21
wa’erá
2
29
tevet

 

zondag
3
1
sjevat

 

maandag
4
2
sjevat

 

dinsdag
5
3
sjevat

 

woensdag
6
4
sjevat

 

donderdag
7
5
sjevat

 

vrijdag
8
6
sjevat

 

zaterdag
9
7
sjevat

 

zondag
10
8
sjevat

 

maandag
11
9
sjevat

 

dinsdag
12
10
sjevat

 

woensdag
13
11
sjevat

 

donderdag
14
12
sjevat

 

vrijdag
15
13
sjevat

 

zaterdag
בשלח
Ex. 13:17-17:16
Richt. 4:4-5:31
besjalàch
16
14
sjevat

 

zondag
17
15
sjevat

 

maandag
18
16
sjevat

 

dinsdag
19
17
sjevat

 

woensdag
20
18
sjevat

 

donderdag
21
19
sjevat

 

vrijdag
22
20
sjevat

 

zaterdag
יתרו
Ex. 18:1-20:23
Jes. 6:1-7:6, 9:5
Jitro
23
21
sjevat

 

zondag
24
22
sjevat

 

maandag
25
23
sjevat

 

dinsdag
26
24
sjevat

 

woensdag
27
25
sjevat

 

donderdag
28
26
sjevat

 

vrijdag
29
27
sjevat

 

zaterdag
משפטים
Ex. 21:1-24:18
Jer. 34:8-22, 33:25-26
misjpatíem
30
28
sjevat

 

zondag
31
29
sjevat

 

maandag

Aanwijzingen:

  • In de datumvakjes staat centraal de dag naar onze telling, en rechts daarvan de Joodse datum.
  • Onder ‘sjabbat’ zie je op de onderste regel een Hebreeuws woord: dat is de naam van de parasja van de week.
    Als je de cursor daarboven laat rusten krijg je de te lezen Bijbelgedeelten.
  • Over een dagnummer heen kan de naam van een joodse feest- of vastendag staan; klik voor informatie.